Budgettair neutrale wijzigingen

In de programma’s staan in de tabel bij onderdeel 9 budgettair neutrale wijzigingen. Dit zijn wijzigingen die niet inhoudelijk van aard zijn en per saldo geen geld kosten. Soms gaat het over wijzigingen binnen één programma, in andere gevallen zijn de wijzigingen programma-overstijgend. Volgens de voorschriften van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) moeten we deze wijzigingen zichtbaar maken en rapporteren.

Dat doen we op de volgende manier:
In de programma’s waarbij budgettair neutrale wijzigingen voorkomen hebben we in de tabel bij onderdeel 9 steeds één totaalregel opgenomen. In deze bijlage staat het totaaloverzicht, waarbij we wijzigingen boven de € 50.000 toelichten.

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Programma 1

-832

-1.509

-362

-225

-224

Programma 1

0

0

0

0

0

Programma 2

-64

166

-453

-452

-450

Programma 2

0

0

0

0

0

Programma 3

199

524

525

525

526

Programma 3

0

0

0

0

0

Programma 4

0

22

21

21

21

Programma 4

0

0

0

0

0

Programma 5

-36

-2

-2

-2

-2

Programma 5

0

0

0

0

0

Programma 6

0

-111

-108

-100

-93

Programma 6

0

0

0

0

0

Programma 7

0

89

89

89

89

Programma 7

0

0

0

0

0

Programma 8

0

5

5

5

5

Programma 8

0

0

0

0

0

Programma 9

1.755

2.143

1.663

1.526

1.526

Programma 9

0

0

0

0

0

Programma 10

-1.023

-1.327

-1.378

-1.387

-1.397

Programma 10

0

0

0

0

0

Totaal wijzigingen

0

0

0

0

0

Toelichting wijzigingen boven de € 50.000

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • We verplaatsen het budget voor de lokale ombudsman voor de drie decentralisaties in het sociaal domein van programma 1 naar programma 9. Het gaat om een bedrag van € 35.000 in 2016 en € 80.000 vanaf 2017.
  • We verhogen de formatie voor de doorontwikkeling en de transformatieagenda van het sociaal domein. Door de transities hebben we ook in programma 4. Veiligheid taakuitbreidingen en behoefte aan meer capaciteit. De totale kosten voor deze extra personele capaciteit zijn € 227.000 per jaar. Deze betalen we uit het budget voor implementatie Wmo.
  • We verlagen de stelpost Wmo met structureel € 150.000. Dit geld zetten we in om naast directe zorgverlening aan inwoners ook een goede organisatie op te zetten om de noodzakelijke dienstverlening te kunnen uitvoeren.
  • We verplaatsen een inhuurbudget van het Vastgoedbedrijf van programma 2 naar programma 9. Het gaat om een afgerond bedrag van € 50.000.
  • We verhogen de subsidies aan de professionele instellingen met de looncompensatie. Daarbij kijken we naar de CAO van de specifieke sector. De totale kosten hiervan zijn afgerond € 109.000 in 2017 en € 160.000 vanaf 2018. Deze staan op de programma's 1, 2, 3 en 8 . We betalen de kosten uit de stelpost loon- en prijscompensatie die we hiervoor hebben. Deze staat op programma 10.
  • We stellen de budgetten voor de sporthallen bij. Reden hiervan is dat we vanaf september 2016 geen BTW meer mogen verrekenen bij de exploitatie van sporthallen voor zover het primair onderwijs betreft. Het nadeel vangen we op binnen sport (€ 350.000).
  • We storten in 2016 € 123.000 in de reserve voor bouwkundige aanpassingen van Museum Jan Cunen. Dit geld halen we uit de voorziening voor het onderhoud van het museum (€ 60.000) en de reserve voor de verzelfstandiging van het museum (€ 63.000). We hebben dus geen extra geld nodig. Er is afgesproken dat we een deel van de verbouwing van het museum op deze manier betalen.
  • We verplaatsen een deel van het budget voor het onderhoud van de N329 van programma 5 naar programma 9. Het gaat om een jaarlijks bedrag van afgerond € 61.000 vanaf 2016.
  • We onttrekken diverse bedragen aan de stelpost loon- en prijscompensatie binnen programma 10. Het gaat om ruim € 1 miljoen in 2016 en jaarlijks afgerond € 1,2 miljoen vanaf 2017. Hieruit betalen we de verhoging van de personele kosten als gevolg van de CAO-ontwikkeling (programma 9).
  • Conform de verslagleggingsvoorschriften (BBV) hebben we de begrotingsjaarschijven van het grondbedrijf meegenomen in deze begroting. Hiervoor verwijzen we naar het Najaarsbericht van het grondbedrijf en de paragraaf grondbeleid.