Financiering

Inleiding

De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's. Treasury gaat over de
financiering van beleid en het aantrekken van het geld dat daarvoor nodig is.

1. Algemene ontwikkelingen

Om het proces van economisch herstel in de eurozone een impuls te geven heeft de Europese Centrale Bank in maart 2016 de rente waartegen banken kunnen lenen verlaagd naar het historisch lage niveau van 0%. Banken in de eurozone kunnen dus gratis geld lenen.
Deze lage rente is bedoeld om de economie een impuls te geven na de verschillende crisissen die de laatste jaren een negatief effect op de economie hadden en om te voorkomen dat lage inflatie omslaat in deflatie.

Verder heeft de Europese Centrale Bank besloten de rentevergoeding op tegoeden die banken bij de ECB aanhouden tot -0,4% te verlagen. Daarmee wil de ECB banken dwingen de kredietverlening aan bedrijven en particulieren te versoepelen om zo het economisch herstel te bevorderen. Daar komt nog bij dat internationale kapitaalstromen zoeken naar een veilige vorm van belegging. Dit is het gevolg van de huidige politieke spanningen in de wereld.
De Nederlandse overheid en daarmee de decentrale overheden profiteren van deze ontwikkelingen omdat zij als heel solide beschouwd worden. Op dit moment zijn de tarieven voor 1-maands kasgeld -0,4% en voor rekening-courant krediet 0,35%. Voor 10-jaars leningen liggen de tarieven onder de 0,5%. Kort financieren blijft voorlopig dus zeer aantrekkelijk.

2. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille

We hebben de liquiditeitsplanning bijgesteld. Dat hebben we onder andere gedaan aan de hand van het overzicht met de kasstromen van het grondbedrijf van maart 2016.
De volgende tabel laat de verwachte financieringsbehoefte in de jaren 2016 tot en met 2020 zien. Omdat de financieringsbehoefte aanzienlijk lager is dan het bedrag aan jaarlijkse aflossing op leningen neemt onze totale schuld af. Dat is terug te zien in de tweede tabel.
Kanttekening is dat de financieringsbehoefte sterk afhangt van de grondexploitatie, met name van de grondverkopen. Bij vertraging in de geraamde verkopen neemt de financieringsbehoefte meer toe dan de tabel laat zien. Daarnaast hebben we inschattingen van het investeringsvolume gemaakt (zie de paragraaf investeringsplan verderop) die in werkelijkheid kunnen afwijken.
We blijven de ontwikkelingen volgen. Beslissingen over investeringen verwerken we in het totaalbeeld.

Liquiditeitsplanning

bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Exploitatie 2016-2020

Uitgaven decentralisatie-uitkeringen

75.000

74.000

73.000

72.000

72.000

Investeringskredieten

12.000

10.000

28.000

12.000

3.000

Overige uitgaven exploitatie

149.000

144.000

143.000

143.000

143.000

Inkomsten algemene uitkering inclusief decentralisatie-uitkeringen

-159.000

-157.000

-157.000

-156.000

-156.000

Overige inkomsten exploitatie

-76.000

-76.000

-76.000

-73.000

-73.000

Grondbedrijf

Investeringen

6.000

7.000

4.000

4.000

2.000

Grondverkopen

-26.000

-18.000

-20.000

-27.000

-11.000

Leningen o/g

Aflossing

22.000

18.000

13.000

13.000

13.000

Rente

3.000

3.000

3.000

3.000

2.000

Financieringsbehoefte

6.000

5.000

11.000

-9.000

-5.000

Schuldpositie

bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Totale schuld*

180.000

179.000

160.000

141.000

122.000

* langlopende leningen en kasgeldlening      

3. Rente

De gewijzigde BBV-voorschriften schrijven voor dat we voortaan ook inzicht geven in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de manier waarop we rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden toerekenen.

Renteschema

Omschrijving

Bedrag

Externe rentelasten over de korte en lange financiering

€ 3.947.985

Externe rentebaten

            - € 1.815.332

Saldo door te rekenen externe rente

€ 2.132.653

Rente die aan de grondexploitatie doorberekend moet worden

               - € 961.489

Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld toegerekend moet worden

€ 0

Totaal door te rekenen externe rente

€ 1.171.164

Rente over eigen vermogen

€ 2.029.404

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

€ 0

Totaal aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht overhead) toe te rekenen rente

€ 3.200.568

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

- € 3.833.752

Renteresultaat op het taakveld treasury

- € 633.184

Zowel de omslagrente als de rente over de grondexploitatie hebben we naar boven afgerond en vastgesteld op respectievelijk 2% en 1,5%.
Bij de verdeling van de externe rente naar de verschillende taakvelden ontstaat een positief exploitatieresultaat van € 633.184 op de activiteit kapitaallasten.

4. Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximum aan gemiddelde netto vlottende schuld dat een gemeente in een kwartaal mag hebben. Bij netto vlottende schuld gaat het om financieringen met een looptijd korter dan 1 jaar.

Het onderzoek naar de mogelijkheden om in onze toekomstige financieringsbehoefte te voorzien door verkoop van de hypotheekportefeuille gemeentelijk personeel is eind 2015 afgerond.
De conclusie was destijds om de gemeentelijke hypotheekportefeuille met een gemiddeld rentepercentage van 4,62% niet te verkopen en in de op dat moment ontstane financieringsbehoefte te voorzien door het aangaan van meerdere vaste langlopende geldleningen tegen een rentepercentage van 1,62% of lager, afhankelijk van de looptijd.

De minister heeft de kasgeldlimiet op 8,5% van het begrotingstotaal vastgesteld. Voor Oss is dat in 2017 afgerond € 23,6 miljoen. In de huidige markt kunnen we optimaal profiteren van het renteverschil met lang geld door maximaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet.

5. Renterisiconorm

Bij het bepalen van de duur van de geldleningen die we aantrekken moeten we rekening houden met de renterisiconorm die in de Wet Fido wordt voorgeschreven. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van langlopende geldleningen te beheersen. Het renterisico wordt daarbij bepaald als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Het is van belang dat renteherzieningen en aflossingen in de tijd gespreid zijn. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Dat is voor Oss in 2017 afgerond € 55,6 miljoen. Dit is het bedrag dat we in 1 jaar maximaal mogen herfinancieren op langlopende leningen.

6. Schatkistbankieren

Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden van decentrale overheden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.
Op basis van ons begrotingstotaal 2017 mogen we per dag afgerond maximaal € 2,1 miljoen (0,75% van begrotingstotaal) aan overtollige middelen aanhouden. Het eventuele meerdere aan overtollige middelen romen we dagelijks af en brengen we onder bij de Nederlandse schatkist. Hiervoor krijgen we een vergoeding die gelijk is aan de rente die het Rijk betaalt op leningen die ze op de markt aangaat.

7. Wet HOF/EMU-saldo

Onderdeel van de Wet HOF is dat het Rijk regels stelt voor de bijdrage van gemeenten aan het terugdringen van het EMU-tekort. Er geldt een maximumnorm voor het gezamenlijke EMU-tekort dat gemeenten mogen hebben. Hierdoor kunnen investeringen van gemeenten onder druk komen te staan.

De huidige EMU-tekortruimte voor gemeenten krimpt van 0,4% in 2016 naar 0,3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in 2017. De minister van Financiën heeft bij de heroverweging de 0,4% EMU-tekortruimte in 2016 gehandhaafd, maar aangegeven dat decentrale overheden met hun investeringen niet op deze ruimte moeten sturen.
Er komen voor het jaar 2016 geen referentiewaarden per individuele gemeente. In 2016 wordt opnieuw bekeken of de daling naar 0,3% EMU-tekortruimte in 2017 wel realistisch is.

De (EMU-)norm voor Oss is afgeleid van de maximale EMU-tekortruimte. In de tabel hebben we als EMU-norm voor alle jaren de norm van 2015 opgenomen.

EMU-saldo

bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Raming

-3.204

3.799

-6.105

19.154

15.035

Norm

-10.148

-10.148

-10.148

-10.148

-10.148

Verschil

6.944

13.947

4.043

29.302

25.183

Een positief bedrag in de regel verschil betekent dat het opgegeven saldo binnen de EMU-norm blijft. Een negatief bedrag betekent dat het opgegeven saldo een overschrijding van de EMU-norm oplevert. We verwachten dat we in de jaren 2016-2020 binnen de EMU-norm blijven.

Geprognosticeerde balans
Op basis van een wijziging van het BBV nemen we voortaan een meerjarig geprognosticeerde balans op in deze paragraaf. Hierbij hebben we rekening gehouden met de ontwikkeling in de investeringen, het inzetten van reserves en voorzieningen en onze financieringsbehoefte.

bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Activa

Vaste activa

259.939

262.774

279.270

290.672

284.018

Voorraad grond

50.801

48.437

38.527

22.158

16.574

Saldo activa

310.740

311.211

317.797

312.830

300.592

Passiva

Eigen vermogen

95.096

93.308

91.874

91.558

90.206

Voorzieningen

24.174

24.174

24.174

24.174

24.174

Schulden rentetypische looptijd > 1 jaar

179.958

183.169

179.465

173.613

166.432

Financieringstekort (saldo kortlopende vorderingen en schulden)

11.512

10.560

22.284

23.485

19.780

Saldo passiva

310.740

311.211

317.797

312.830

300.592