Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Samenvatting

Het weerstandsvermogen geeft de financiële gezondheid van de gemeente weer. We drukken deze uit in een ratio. De uitkomst van de ratio moet in beginsel minimaal 1 zijn.
Op hoofdlijnen is het beeld als volgt:

Omschrijving

Bedrag/ratio incidenteel

Bedrag/ratio structureel

Geïnventariseerde risico’s

€ 9,12 miljoen

€ 1,82 miljoen

Weerstandscapaciteit

€ 63,6 miljoen

€ 3,3 miljoen

Weerstandsratio

6,97

1,83

De conclusie hieruit is dat de weerstandscapaciteit van voldoende omvang is om de gekwantificeerde risico’s te ondervangen. Er is ook ruimte voor het opvangen van risico’s die nog te onzeker zijn en daarom als ‘PM’ zijn ingeschat.  De ratio's zijn ten opzichte van de jaarrekening en de vorige programmabegroting sterk gedaald. Dit komt omdat we de risico's die als 'PM' zijn ingeschat nu wel hebben meegewogen in het bepalen van de omvang van het risicobedrag. Dit hebben we gedaan aan de hand van de inschaling op de risicokaart. De ontwikkelingen binnen de jeugdzorg vormen op dit moment een belangrijke PM risicopost. De financiële gevolgen hiervan zijn erg onzeker en nog niet te overzien. Ook de ontwikkeling van het regionale project Heesch-West is op dit moment een belangrijke PM risicopost. In een negatief scenario kan hier in de toekomst sprake zijn van een forse afboeking.
In de rest van de paragraaf lichten we deze uitkomsten toe.

1. Beleid

Het beleid van de gemeente ten aanzien van risicomanagement is nader uitgewerkt in de notitie risicomanagementbeleid.

Risicomanagement is gedefinieerd als het op gestructureerde wijze identificeren, analyseren en beheersen van risico’s die van invloed zijn op de realisatie van gemeentelijke doelstellingen. De focus ligt op risico’s met een mogelijk substantiële invloed op de financiële positie van de gemeente. Aan ons risicomanagement liggen onder andere de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden ten grondslag:

  • Risicomanagement is onderdeel van de reguliere verantwoordelijkheid van het (lijn)management en is een cyclisch proces.
  • We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande instrumenten voor risico-identificatie en -beheersing.
  • Risicobeheersing doen we zoveel mogelijk in de reguliere processen.
  • Het toepassen van risicomanagement betekent niet dat we alle risico's kunnen voorkomen.

Risico’s hangen vaak samen met externe factoren. Daarop hebben we als gemeente niet altijd direct invloed. Daarom is het lastig deze risico’s in alle gevallen voldoende betrouwbaar te kwantificeren.
Risico’s ontwikkelen zich voortdurend. De laatste rapportage over de risico’s en de beheersing daarvan is in de jaarrekening 2015 opgenomen. In deze begroting hebben we de risico-inschatting uit de jaarrekening geactualiseerd.

Omdat risico’s lastig te kwantificeren zijn maken we gebruik van de risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de categorisering van de risico’s naar kans en gevolg.

Risicokaart


Een risico dat zich in het groene gebied bevindt heeft minimale financiële gevolgen. Een risico dat een score heeft in het oranje gebied, vraagt om extra aandacht. Het is hier van belang tijdig beheersmaatregelen te nemen. Een risico met een risicoscore in het rode gebied, vereist directe aandacht om een grote extra last te voorkomen. Preventieve en reducerende beheersmaatregelen kunnen de kans respectievelijk het gevolg terugbrengen naar een acceptabel niveau.

In de volgende tabellen geven we de risico’s weer op volgorde van kans x gevolg van hoog naar laag.
Het bedrag genoemd onder impact heeft betrekking op 1 jaar, als het een structureel risico betreft hebben we het bedrag doorgerekend over de gehele begrotingsperiode van 4 jaar om het risico te kunnen schalen in de risicokaart.

2. Risico's

2.2 Risico's in de oranje categorie

2.3 Risico's in de groene categorie

[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
[2] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
[3] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.

3. Vervallen risico's

De volgende risico's die in de jaarrekening 2015 nog naar voren kwamen zijn nu vervallen.

Risico

Actie

Verontreiniging baggerspecie Lithse Ham

Door een aangepast plan, waarbij een veel kleiner deel wordt uitgevoerd, kunnen de kosten van afvoer betaald worden uit de beschikbare middelen.

Uitvoering Participatiewet en WsW

In een opiniërende vergadering hebben 11 gemeenten de voorkeur aangegeven om een deel van de personen met een loonwaarde tussen de 30% en 80% te plaatsen bij IBN.

4. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Onder het begrip weerstandsvermogen verstaan we het vermogen van de gemeente om risico’s op te kunnen vangen, zodat het afgesproken gemeentelijke takenpakket toch onverkort uitgevoerd kan worden.
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt aangegeven dat het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen enerzijds:

  • de weerstandscapaciteit: de middelen waarover we (kunnen) beschikken om niet begrote kosten te kunnen dekken, en anderzijds:
  • alle risico’s waar nog geen voorzieningen voor gevormd zijn en die van materiële betekenis kunnen zijn.

Voor de gemeente is de weerstandscapaciteit van belang. Een sluitende begroting geeft weliswaar aan dat er evenwicht is tussen de uitgaven en inkomsten, maar ook dat er beperkte ruimte is voor het opvangen van tegenvallers. De weerstandscapaciteit bestaat uit twee onderdelen; de structurele en de incidentele weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit dient voor het opvangen van risico’s met een meerjarig effect. Deze middelen worden gevormd door de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien.

Op basis van de OZB-tarieven per 1 januari 2017 en de waarde van de onroerende zaken naar de toestand per 1 januari 2016 zullen de OZB-opbrengsten met € 3,3 miljoen moeten stijgen voordat het zogenaamde ‘redelijk peil’ van het belastingpakket bereikt is. Hierbij is nog geen rekening gehouden met toekomstige inflatiecorrecties zoals vastgesteld in eerdere begrotingen.

De post onvoorzien (€ 300.000) is structureel in de begroting opgenomen en maakt ook onderdeel uit van de structurele weerstandscapaciteit.

Incidentele weerstandscapaciteit
De incidentele weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd:

  • het vrij aanwendbare deel van de algemene vrije reserve (inclusief de algemene bedrijfsreserve van het  grondbedrijf)
  • de niet beklemde bestemmingsreserves (overige bestemmingsreserves)
  • de stille reserves

- algemene vrije reserve
In het verleden stelde de provinciale toezichthouder een norm voor de hoogte van de algemene vrije reserve. Deze norm was 10% van de algemene uitkering. Tegenwoordig kan elke gemeente zelf een norm stellen voor de noodzakelijke omvang. Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:

  • heeft de gemeente alle risico’s in beeld?
  • welke beheersmaatregelen heeft de gemeente inmiddels genomen om risico’s te beperken?
  • welke risico’s zijn nog niet afgedekt?

De risico’s op tactisch en operationeel niveau hebben we naar verwachting voldoende herkend. Het grootste deel van deze risico’s hebben we ook voorzien van beheersmaatregelen en waar nodig afgedekt door middel van een voorziening of reserve (bijvoorbeeld het grondbedrijf). Ook de risico’s die zich kunnen voordoen bij grote projecten, zoals Heesch-West en OLSP, hebben we in beeld gebracht. Hiervoor hebben we bovendien beheersmaatregelen geformuleerd en deels dekkingsmiddelen gereserveerd.
Daarnaast hebben we risico’s geïdentificeerd waarvan we het bedrag en de kans van optreden met onvoldoende zekerheid kunnen bepalen. Deze komen ten laste van de weerstandscapaciteit.

Uitgaande van de oorspronkelijke provinciale norm, de hiervoor genoemde 10% van de algemene uitkering, dient de algemene vrije reserve ongeveer € 16 miljoen te zijn (per 1 januari 2016). Hierbij is rekening gehouden met de stijging van de algemene uitkering vanwege de decentralisaties in het sociaal domein. De algemene reserves hebben per 31 december 2016 een omvang van € 21,8 miljoen (€ 21,6 miljoen algemene vrije reserve en € 0,2 miljoen algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR)).

- niet beklemde bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves bevatten middelen die de gemeenteraad voor een bepaalde doelstelling geoormerkt heeft. De gemeenteraad is bevoegd om de bestemming van deze reserves te wijzigen of te besluiten tot extra mutaties ten laste of ten gunste van deze reserves. De bestemmingsreserves kunnen hiermee dus ingezet worden voor het opvangen van risico’s als die zich voordoen.

We kennen twee soorten bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten e.d. en de overige bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten e.d. zijn niet beschikbaar voor de incidentele weerstandscapaciteit, omdat deze structureel zijn ingezet voor de afdekking van (kapitaal)lasten in de begroting. De overige bestemmingsreserves kunnen wel ingezet worden voor het afdekken van risico’s als de raad hiertoe besluit. Dit betekent wel dat deze middelen in dat geval niet meer beschikbaar zijn voor het oorspronkelijke doel waarvoor de bestemmingsreserves gevormd zijn.

- stille reserves
Stille reserves zijn activa waarvan de boekwaarde lager is dan de werkelijke waarde en die direct verkoopbaar zijn. Een volledig beeld is niet voorhanden.

Totale weerstandscapaciteit
Samengevat is de huidige weerstandscapaciteit:

bedragen in euro’s

Structurele weerstandscapaciteit

Bedrag

Onbenutte belastingcapaciteit

3.340.000

Post onvoorzien

300.000

Totaal

3.640.000

Incidentele weerstandscapaciteit (31-12-2016)

Algemene reserves

21.807.000

Niet beklemde bestemmingsreserves

41.745.000

Stille reserves

PM

Totaal

63.552.000

5. Financiële kengetallen

Op basis van een wijziging van het BBV nemen we voortaan een aantal financiële kengetallen in deze paragraaf op, zowel in de begroting als in het jaarverslag. Eerst geven we een analyse van de financiële positie op basis van deze kengetallen. Daarna lichten we toe wat de kengetallen betekenen.

Omschrijving

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Netto schuldquote

62,19%

69,58%

73,47%

74,10%

68,25%

69,34%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

43,10%

48,87%

53,95%

53,53%

49,12%

49,57%

Solvabiliteitsratio

31,63%

30,60%

29,98%

28,91%

29,27%

30,01%

Structurele exploitatieruimte

1,69%

0,37%

1,75%

2,13%

1,90%

1,19%

Grondexploitatie

22,27%

18,17%

18,06%

14,74%

8,04%

6,34%

Belastingcapaciteit

98,01%

97,77%

93,81%

93,81%

93,81%

93,81%

Analyse kengetallen en financiële positie

Op basis van deze kengetallen concluderen we dat onze financiële positie gezond is.
Onze afhankelijkheid van externe financiering is niet te groot. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen vallen bijna de hele begrotingsperiode binnen de norm. In 2017 en 2018 stijgen ze incidenteel boven de 70%. Dat komt omdat in die jaren een aantal grote investeringsprojecten uitgevoerd worden (bijvoorbeeld vanuit het MIP voor onderwijs, sport en ontmoeten). Vanaf 2019 ligt de ratio weer binnen de norm. De omvang van de schulden ten opzichte van de baten neemt af. De solvabiliteitsratio ligt stabiel rond de norm. Onze bezittingen op de balans zijn in voldoende mate gefinancierd met eigen vermogen (reserves).
De structurele exploitatieruimte is positief. Dit betekent dat we structurele tegenvallers kunnen opvangen.
Het kengetal grondexploitatie is een voorgeschreven kengetal. Dit laat een dalend verloop zien omdat de boekwaarde van de grondexploitatie naar verwachting zal dalen door geraamde grondverkopen in de komende jaren. Het kengetal op zich is niet bruikbaar om conclusies te trekken over de risico’s in de grondexploitatie. De paragraaf grondbeleid en het Najaarsbericht zijn daarvoor betere instrumenten.
Met de belastingcapaciteit zitten we onder het landelijk gemiddelde. We hebben nog ruimte om de belastingen te kunnen verhogen om financiële risico’s af te dekken als dit nodig is. Omdat we nog geen zicht hebben op de landelijke ontwikkelingen vanaf 2018 hebben we dit percentage constant gehouden.

Nadere toelichting indicatoren

Netto schuldquote
De netto schuld geeft informatie over de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten in de begroting. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Het is normaal als de netto schuldquote tussen de 20% en 70% ligt. Tussen de 70% en de 80% dreigt de schuldomvang te hoog te worden. Boven de 80% zijn alle bezittingen zwaar belast met schulden.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Via deze ratio wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor deze ratio gelden dezelfde normen als bij de netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Bij deze ratio dreigt de schuld van de gemeente te hoog te worden als deze zich tussen de 20% en 30% bevindt. Onder de 20% zijn de bezittingen zwaar belast met schulden. Een ratio boven de 30% is aanvaardbaar.

Kengetal grondexploitatie
De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze bij verkoop terugverdiend moet worden.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
De ruimte die een gemeente heeft om de belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten.