Financiële positie

We beginnen dit hoofdstuk met een overzicht van het saldo van deze programmabegroting. Dit lichten we vervolgens kort toe. Verder staan we stil bij de incidentele baten en lasten en ons structurele begrotingssaldo. Tenslotte geven we aan welke financiële uitgangspunten we hebben gehanteerd bij het opstellen van de begroting.

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving20162017201820192020
Bestaand beleid
Lasten288.631246.487246.560246.454243.813
Baten-270.767-243.286-242.873-241.915-241.307
Stortingen reserves5.7145.3983.0632.5872.562
Onttrekkingen reserves-23.685-6.974-5.650-5.749-4.405
Nieuw beleid2253.4152.2943.1061.674
3O-ontwikkelingen24-2.822-3.015-3.339-400
Septembercirculaire-121-501-1.739-2.335-2.370
Saldo programmabegroting201.717-1.360-1.193-434

Het saldo van de programmabegroting start op basis van bestaand beleid met een tekort van € 1.625.000 voor 2017. Voor de jaren erna starten we ook steeds met jaarlijkse tekorten: € 1,1 miljoen in 2018, € 1,4 miljoen in 2019 en € 0,7 miljoen in 2020. Deze tekorten zijn grotendeels veroorzaakt door tegenvallers uit de meicirculaire 2016. De bedragen sluiten aan bij de kadernota 2017-2020. Daarin hebben we het financiële beeld geschetst inclusief de effecten van de meicirculaire en de eerste financiële tussenrapportage 2016.

Conclusies uit de tabel

Het lopende begrotingsjaar 2016 is bijna sluitend. Het saldo is op dit moment € 20.000 negatief. Bij de jaarrekening 2016 is het definitieve rekeningsaldo bekend en dan wordt het saldo bestemd.
Het begrotingsjaar 2017 geeft een tekort van € 1,7 miljoen. Dit bedrag halen we uit de algemene reserve. Deze onttrekking sluit aan bij de kadernota 2017 waarin besloten is om voor diverse incidentele uitgaven geld uit de algemene reserve te halen.
De begrotingsjaren 2018 tot en met 2020 zijn positief. In de jaren 2018 en 2019 zijn de saldi € 1,4 miljoen en € 1,2 miljoen. Het laatste begrotingsjaar 2020 kent een structureel overschot van € 434.000.

Deze overschotten worden vooral veroorzaakt door grote meevallers vanuit de septembercirculaire. Vanuit een robuust financieel beleid zetten we deze positieve begrotingssaldi op dit moment bewust niet in. De inkomsten vanuit het Rijk ontwikkelen zich de laatste jaren steeds grilliger. Door financiële ruimte in onze meerjarenbegroting te houden kunnen we hier beter op inspelen. We vinden het namelijk ook een reële verwachting dat de grote meevallers uit de septembercirculaire in de toekomst weer minder positief worden.

Daarnaast zien we verschillende ontwikkelingen waarvoor we geld willen reserveren door ruimte te laten in de meerjarenbegroting en de algemene reserve. Belangrijke ontwikkelingen daarbij zijn:

  • Ontwikkelingen op het gebied van de Osse economie via het ondersteunen van projecten als Pivot Park en Heesch-West.
  • Voor het Golfbad zijn in de toekomst investeringen noodzakelijk.
  • Voor de vestiging van hoger onderwijs in Oss zijn in de toekomst mogelijk gelden nodig.
  • Onze ambities op het gebied van duurzaamheid vragen de komende jaren investeringsruimte. Dit is ook gekoppeld aan de uitwerking van de Routekaart Natuur en de Routekaart Naar een klimaatbestendig Oss.
  • We gaan in 2017 nieuwe beheerplannen opstellen voor de openbare ruimte. Hierin bepalen we gekoppeld aan de veranderingen in de verslagleggingsvoorschriften een strategie voor hoe we omgaan met de vervanging van kapitaalgoederen.
  • In 2016 verwachten we een tekort op de budgetten voor jeugdzorg. We hebben er daarom voor gekozen om de landelijke korting op jeugdzorg niet door te voeren in onze eigen budgetten. Het verlenen van adequate zorg binnen de bestaande budgetten blijft een financieel risico.

Beschikbare begrotingsruimte is van essentieel belang om voortvarend met deze onderwerpen aan de slag te kunnen gaan.

Financiële effecten programmabegroting 2017-2020

Nieuw beleid
Deze programmabegroting 2017-2020 gaat door op de koers die we vorig jaar bij de begroting hebben ingezet. Vorig jaar hebben we extra geld uitgetrokken voor een aantal belangrijke ambities.
Op het gebied van zorg hebben we vorig jaar geld vrijgemaakt voor innovatiebeleid huishoudelijke verzorging, voor de transformatie van de Wmo en voor kwetsbare jongeren.
Voor de ontwikkeling van het stadscentrum hebben we € 1,5 miljoen gereserveerd en hebben we vanaf 2018 jaarlijks € 650.000 in de begroting opgenomen. Dit bedrag willen we breed investeren in het centrum, waarbij we ook aandacht hebben voor een kwaliteitsverbetering van straten in het centrum.
Voor investeringen in voorzieningen op het gebied van ontmoeten en sport hebben we investeringsruimte van € 18,5 miljoen opgenomen.

In deze programmabegroting voegen we hieraan het volgende toe:

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Opvang en integratie van vluchtelingen en vergunninghouders

1.081

1.081

0

0

0

Impuls van zorg naar welzijn

0

661

661

661

661

Onderwijsvernieuwing

0

75

75

0

0

Uitvoering Actieplan Lokaal Arbeidsmarktbeleid

0

0

0

0

0

Agrifood Capital Werkt

0

90

90

90

90

Hoger onderwijs in Oss

0

PM

PM

PM

Garantiesubsidie Golfbad

60

60

0

0

0

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed

0

0

12

109

155

Voortzetting Taskforce Brabant-Zeeland

0

25

25

25

PM

Herbouw of nieuwbouw brandweerkazerne Oss

0

0

0

248

245

Vrijstelling leges voor aanvragen van evenementenvergunningen

0

25

25

25

25

Drinkwatertappunten

0

22

25

7

7

Bomenbeleid

0

210

0

0

0

Kwaliteitsslag straten rondom centrum

0

400

0

0

0

Ruimte voor duurzaamheid

0

150

150

0

0

Platform Global Goals Oss

0

10

10

10

10

Extra storting reserve stadscentrum

0

200

200

0

0

Voorbereiding Omgevingswet en nieuwe omgevingsvisie

0

410

460

150

0

Woonwagenbeleid

 PM 

PM

PM

PM

Waterveiligheid Maas

0

0

0

1.300

0

Mogelijk extra tekort/verlies Heesch-West

PM

PM

0

0

0

Extra bijdrage Centrum Management Oss (CMO)

0

40

40

40

40

Impuls vrijetijdseconomie

0

80

80

0

0

Inzet reserve economie

0

0

0

PM

PM

Ondersteuning economische speerpunten

165

165

165

165

165

Pivot Park en OLSP Vastgoed BV

0

PM

PM

PM

PM

Bijdrage aan Kracht van Oss

0

300

0

0

0

Citymarketing en branding

0

30

PM

PM

PM

Formatie beoordeling evenementenvergunningen

0

75

75

75

75

Bedrijfsvoering NME-centrum en kinderboerderij De Elzenhoek

0

68

68

68

68

Digitale dienstverlening

0

320

133

133

133

Huisvesting Ir. Diddewerf

0

0

0

0

0

Rijksvergoeding voor opvang vluchtelingen en vergunninghouders

-1.081

-1.081

0

0

0

Totaal nieuw beleid

225

3.415

2.294

3.106

1.674

Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we het nieuwe beleid toe (onderdeel 6).

3O-ontwikkelingen
Samengevat geven de 3O-ontwikkelingen het volgende beeld:

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Budget voor Wmo beschermd wonen en Wmo begeleiding

0

0

Maatschappelijke opvang

-156

-146

-146

-146

-146

Huishoudelijke verzorging en Huishoudelijke Toelage

-1.119

-661

-661

-661

-661

Advieswerkzaamheden Wmo

-65

-65

-65

-65

-65

Stelpost Wmo/AWBZ

-700

0

0

0

0

Extra kosten uitvoering jeugdwet

1.650

0

0

0

0

Leerlingenvervoer

120

0

0

0

0

Schuldhulpverlening (fase 2)

60

60

60

60

Aanpassing meerjarig investeringsplan (MIP) onderwijs

0

-224

-382

-342

112

Aanpassing meerjarig investeringsplan (MIP) ontmoeten en sport

0

-53

-412

-209

5

Lagere bijdrage 2015 Veiligheidsregio Brabant-Noord

-130

0

0

0

0

Beheer en onderhoudskosten Talentencampus en Sibeliuspark

155

155

255

255

255

Verlagen bezuiniging Muzelinck

0

100

0

0

0

Aanpassen bezuiniging buitensport

0

125

0

0

0

Inzet reserve IVB

0

-125

0

0

0

Lagere inkomsten verkoop openbaar groen

300

0

0

0

0

Ontwikkelen motorsportcircuit Nieuw Zevenbergen

50

50

0

0

0

Leges omgevingsvergunningen

800

0

0

0

0

Personeelsuitbreiding Mens en Maatschappij

0

146

146

146

146

Vrijval reserve meubilair

-813

-216

-216

-216

0

Verhoging budget ICT

570

0

0

0

0

Capaciteit opstellen en uitvoeren voorzieningenkaartadviezen

0

144

144

0

0

Lagere investeringslasten onderwijs en ontmoeten

-344

-16

-15

-13

-11

Inflatieverhoging OZB

0

-257

-257

-257

-257

Hogere OZB-opbrengst Talentencampus en Sibeliuspark

-24

-32

-111

-124

-135

Deelnemersbijdrage BSOB

0

71

71

71

71

BBV: wijzigingen verslagleggingsvoorschriften

0

-1.850

-1.415

-1.814

259

Overige 3O-ontwikkelingen

-271

-28

-11

-24

-32

Totaal 3O-ontwikkelingen

24

-2.822

-3.015

-3.339

-400

Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting benoemen we alle 3O-ontwikkelingen en lichten we deze toe (onderdeel 7).

Septembercirculaire
De septembercirculaire 2016 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is erg positief. Voor 2016 een extra bedrag van € 121.000, oplopend tot € 2,4 miljoen in 2020. De reden hiervan is dat met name de accressen (de rijksuitgaven) in die jaren aanzienlijk hoger zijn dan eerder verwacht. Uiteraard zitten er de nodige onzekerheden in deze hogere rijksuitgaven, maar dit volgen we jaarlijks via de circulaires.
Naast deze positieve ontwikkeling is er in de circulaire echter ook sprake van kortingen binnen het sociaal domein. De integratie-uitkeringen voor jeugdzorg en Wmo 2015 worden respectievelijk verlaagd met € 0,5 en € 0,7 miljoen. In principe brengen we deze bedragen in mindering op onze eigen budgetten. Gezien de huidige verwachte tekorten in 2016 hebben we echter besloten om dit voor jeugdzorg niet te doen. De korting op de integratie-uitkering brengen we ten laste van de reguliere begroting.

Structureel saldo programmabegroting

Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht.
In de volgende tabel berekenen we het structurele saldo van de programmabegroting.

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Saldo programmabegroting 2017-2020

20

1.717

-1.360

-1.193

-434

waarvan incidentele baten en lasten

2.947

3.458

1.308

1.259

0

Structureel saldo programmabegroting

-2.927

-1.741

-2.668

-2.452

-434

De conclusie hieruit is dat de begroting in alle jaren structureel sluitend is.
In bijlage 2 staat een specificatie van de incidentele baten en lasten.

Financiële uitgangspunten

In het coalitieakkoord ‘Durven door te doen’ is gekozen voor een solide financieel beleid met sluitende meerjarenbegrotingen. Er is gekozen voor stabiliteit. Wel willen we kansen benutten als deze zich voordoen. We vermijden extra bezuinigingen zoveel mogelijk.

De begroting 2017 en de meerjarenramingen 2018-2020 hebben we op basis van de volgende uitgangspunten opgesteld:

  1. Het uitgangspunt is en blijft een structureel sluitende begroting. Dat wil zeggen dat de jaarlijks terugkerende uitgaven en de jaarlijks terugkerende inkomsten in evenwicht zijn. Tussentijdse beperkte, niet structurele, tekorten zijn aanvaardbaar als we deze uit reserves kunnen afdekken.
  2. We voeren een beleid dat financiële risico’s beperkt. In de jaarrekening dekken we, conform bestaand beleid, concrete risico’s af met voorzieningen.
  3. Landelijke bezuinigingen op beleidsvelden vertalen we in principe door naar de eigen beleidsvelden en budgetten (voor zover dat mogelijk en maatschappelijk verantwoord is).
  4. We gaan terughoudend om met het toekennen van prijscompensatie. We kennen geen prijscompensatie toe, tenzij er (contractuele) afspraken zijn. Dat verwerken we in de eerste financiële tussenrapportage en de programmabegroting. Daarvoor hebben we op basis van de circulaires over de algemene uitkering een stelpost in de begroting opgenomen. Deze stelpost is daarnaast bedoeld om loonkostenstijgingen op te kunnen vangen. Voor de berekening van de hoogte van de stelpost gaan we uit van de cijfers van het Centraal Planbureau. Zij verwachten voor 2017 een stijging van 1,9%.
  5. Voor subsidies verhogen we de bedragen alleen met een compensatie van loonstijging op basis van de specifieke CAO-ontwikkeling per sector. Dat betekent dat we niet-professionele instellingen aan de nullijn houden.
  6. Voor de OZB kiezen we voor een jaarlijkse inflatieverhoging. Voor 2017 is dat 1,5%. Daarnaast stijgt het OZB-tarief voor woningen in 2017 met ongeveer 9% extra. Tegelijkertijd verlagen we het tarief voor de afvalstoffenheffing. Dit is conform eerdere besluitvorming.
  7. Voor de tarieven van rioolheffing en afvalstoffenheffing gaan we uit van 100% kostendekkendheid.
  8. De rekenrente stellen we in principe vast op 2%. Op basis van nieuwe landelijke verslagleggingsvoorschriften voor onze begroting en verantwoording (BBV) gebruiken we voor de grondexploitaties een lager percentage. Het percentage moeten we koppelen aan het gewogen gemiddelde van de werkelijk betaalde externe rente. Voor ons is dit ongeveer 1,5%.
  9. In bijlage 5 hebben we een overzicht van de geraamde toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves opgenomen. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met deze programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
  10. De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben we gebaseerd op de septembercirculaire 2016.
  11. In programma 10 hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Deze post is bedoeld om incidentele tegenvallers op te vangen. Het college besluit over de inzet van deze post. Daarbij geldt de voorwaarde dat inzet past binnen de criteria: onuitstelbaar, onvermijdbaar en onvoorzienbaar. De verantwoording hierover nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten met vaststelling door de gemeenteraad. Over afzonderlijke voorstellen informeren we de raad via de commissies.