Integraal Voorzieningenbeleid (IVB)

Inleiding

De activiteiten die plaatsvinden in schoolgebouwen, sportaccommodaties en wijk- en dorpshuizen dragen bij aan de leefbaarheid in onze wijken en kernen. In december 2009 stemde de gemeenteraad in met de Procesaanpak Integraal Voorzieningenbeleid Oss ‘Vooruitzien in Voorzieningen’ (IVB). In de programmabegroting 2012-2015 is vervolgens besloten om het IVB gebiedsgericht uit te werken. Dit besluit staat bekend als de ‘Voorzieningenkaart 2030’. Binnen de Voorzieningenkaart overleggen we niet alleen binnen één domein, bijvoorbeeld sport, maar met alle inwoners, verenigingen en professionele instellingen in één gebied. Daarnaast is in 2013 de uitvoeringsnota maatschappelijk vastgoed vastgesteld. Hierin werken we nader uit hoe we deze doelen kunnen bereiken.

Inmiddels heeft de gemeenteraad de voorzieningenkaartadviezen voor Herpen, Ravenstein, Oss Noord-West, Centrum-Krinkelhoek-Mettegeupel, Zuid, Lith en Geffen vastgesteld. De adviezen voor Haren-Megen-Macharen en Ruwaard zitten in de afrondende fase. In Berghem en Schadewijk moeten we nog starten.

De voorzieningenkaartadviezen zijn richtinggevend voor de investeringsbesluiten. Het domeinoverleg met de gebruikers van accommodaties heeft na de start van het voorzieningenkaartproces de functie van elkaar informeren en netwerken. Een uitzondering vormt het domeinoverleg onderwijs, omdat hieraan een wettelijke grondslag is gekoppeld.

In 2016 zijn we ook gestart met de uitwerking van de vastgestelde adviezen. Daarbij werken we op basis van een bestuurlijke opdracht. De belangrijkste elementen daarvan zijn co-creatie en werken met één investeringsbudget voor het hele gebied. Inwoners bepalen hoe het budget over de genoemde opgaven in de voorzieningenkaart verdeeld wordt. De investeringsvoorstellen die hieruit voortkomen leggen we ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.

1. Visie op gemeentelijk vastgoed

Voorzieningen zoals schoolgebouwen, sportaccommodaties en wijk- en dorpshuizen kosten de gemeenschap geld. De kosten van de exploitatie drukken voor een lange periode (40 jaar) op de begroting. Na 40 jaar is er opnieuw een investering nodig voor renovatie of vervangende nieuwbouw. In de komende 10 jaar is 35% van de vastgoedportefeuille hieraan toe. De bedragen die we hiervoor nodig hebben schatten we in en nemen we op in het meerjarig investeringsplan (MIP). Het gaat om grote investeringen die leiden tot een forse stijging van de kosten voor accommodaties.

Aan de andere kant zien we dat er minder vraag naar ruimte is. Dat komt door krimp, ontgroening, hogere tarieven en minder subsidies. De eerste effecten daarvan zijn zichtbaar. We hebben te maken met meer leegstand en minder huurinkomsten bij de Horizonscholen. Verder vragen huurders om een verlaging van de huurtarieven. We verwachten dat deze trend van een dalende ruimtevraag en minder huuropbrengsten de komende jaren doorzet. Bij het opstellen van het MIP houden we rekening met deze ontwikkelingen.

Inzetten op het behoud van de huidige vastgoedportefeuille is niet alleen kostbaar, maar ook een maatschappelijk onverantwoorde strategie. Er is nu al overcapaciteit en die wordt de komende jaren alleen maar groter. De exploitatie van onderbezette accommodaties is op termijn niet meer houdbaar. Dat geldt niet alleen voor de gemeente, maar ook voor verenigingen en beheerstichtingen.

Daarom zijn we gestart met het opstellen van voorzieningenkaarten per gebied. Samen met inwoners stellen we plannen op voor het voorkomen van vervangingsinvesteringen met behoud of waar mogelijk versterking van de leefbaarheid. De uitgangspunten voor de voorzieningenkaart zijn:  

1.   het optimaliseren van het gebruik van bestaande accommodaties (goede spreiding, betere bezetting,
  multifunctioneel gebruik en inzet van niet-gemeentelijke gebouwen).
Wat op termijn moet leiden tot:
2.   minder vierkante meters gemeentelijke voorzieningen (minder meters).
3.   een hoger maatschappelijk resultaat en betere exploitatie (meer opbrengsten en minder kosten).

2. Gebiedsbudgetten

Bij de uitvoering van de voorzieningenkaartadviezen samen met de inwoners staan leefbaarheid en het algemeen belang voorop. Daarom willen we met gebiedsbudgetten gaan werken. Inwoners kiezen daarbij zelf hoe het budget verdeeld wordt. Hierna lichten we toe op welke manier we daarmee willen gaan werken.

Toelichting gebiedsbudget
De middelen voor het gebiedsbudget komen uit het MIP. De raad stelt de gebiedsbudgetten vast als op hoofdlijnen duidelijk is wat, waar, wanneer en voor wie we gaan verbouwen, aanpassen of bouwen. Als het gebiedsbudget bekend is maakt het dorp of de wijk een keuze uit de verschillende scenario’s die het heeft opgesteld en de daarbij behorende investeringen. Die bespreken we vervolgens met het college. Daarna stelt de raad de definitieve investeringsbesluiten vast.

Verwerking voorzieningenkaartadviezen in MIP/begroting
De raad heeft in de programmabegroting 2016-2019 het eerste MIP vastgesteld. Daarin staan de (verwachte) investeringen in onderwijs, sport en ontmoeten tot en met 2019. In ieder voorzieningenkaartadvies staat een overzicht van de maatschappelijke voorzieningen die in de toekomst nodig zijn en de geschatte kosten daarvan. Alle (verwachte) investeringsbedragen berekenen we op basis van indexbedragen en zijn heel globaal.
Bij de jaarlijkse actualisatie van het MIP in de programmabegroting voegen we steeds een extra jaar toe. Daar vragen we de raad dan ook geld voor. Dat doen we op basis van de lange termijn adviezen uit de voorzieningenkaarten (die een doorkijk tot 2030 geven), de leerlingenprognoses en andere relevante ontwikkelingen.

Uitgangspunten gebiedsbudget

  1. Het gebiedsbudget bestaat uit de volgende middelen:
  • beschikbare middelen in het MIP voor de komende 4 jaar
  • budget voor het verduurzamen van de gebouwen. Dit is wel specifiek bedoeld voor investeringen in duurzaamheid.
  1. Het gebiedsbudget is bedoeld voor investeringen in gemeentelijke gebouwen.
  2. Het gebiedsbudget is bestemd voor alle projecten in het gebied. Uitgangspunten daarbij zijn:
  • investeringen leiden tot optimalisaties van gebouwen (bezetting, m2, exploitatie)
  • we realiseren toekomstbestendige gebouwen voor een duurzaam verenigingsleven
  • sluitende gebouwexploitaties voor gebruikers en eigenaren
  • de gebiedsbudgetten zijn maximumbedragen. Als we in een bepaald gebied niet alles nodig hebben, kunnen we dat inzetten om knelpunten in andere gebieden op te lossen. Verder zetten we in op zo laag mogelijke investeringskosten met zoveel mogelijk rendement.
  1. De raad neemt altijd het definitieve besluit over de investeringsvoorstellen.

3. Ontwikkelingen per domein

3.1 Onderwijs
Iedere twee jaar worden de leerlingenprognoses gemaakt. De meest recente zijn in 2015 vastgesteld. De trend is dat leerlingenaantallen dalen. Krimp is een onderwerp dat op dit moment alle schoolbesturen bezighoudt. In 2016 zijn de schoolbesturen voor het basisonderwijs met subsidie van het Rijk een onderzoek naar dit onderwerp gestart.
Krimp leidt in toenemende mate tot fusies en samenwerkingen. Zo is in 2015 het Mondriaancollege gefuseerd met het Hooghuis en in 2016 zijn stichting Primair en de NUT-scholen gefuseerd. Momenteel werken stichting OOG en stichting SKBO aan een geïntensiveerde samenwerking.
Tussen 2014 en 2030 zal het effect van ontgroening zijn uitgewerkt, maar hierbij is nog geen rekening gehouden met de effecten van de toename van het aantal statushouders.
De krimp leidt tot overcapaciteit. Daarom hebben we in 2013 onze visie op onderwijshuisvesting aangepast. We hebben in deze visie opgenomen dat we samen met schoolbesturen blijven investeren in de kwaliteit van onderwijs en onderwijshuisvesting, maar wel gericht op capaciteitsafname. Een lastig element is dat scholen niet evenredig krimpen. We zien op dit moment een wisselend beeld van groeiende en krimpende scholen. Hoewel er sprake is van een forse overcapaciteit moeten we als gemeente ook nog investeren in groei bij een aantal scholen.
Daarnaast komt er in 2017 hoogstwaarschijnlijk een nieuw schooltype in Oss: de zogenaamde vrije school onder aansturing van stichting Pallas. Hierdoor zal de onbalans tussen scholen met leegstand en scholen die ruimte vragen verder toenemen. Het vergt creativiteit en goed overleg om op een maatschappelijk verantwoorde manier met deze ontwikkelingen om te gaan.  

Primair onderwijs
Er lopen diverse projecten om tot een vermindering van de capaciteit te komen. De scholencarrousel Ruwaard, die in 2013 gestart is, is afgerond. Ook in de wijk Oss Noord-West hebben we in de voorzieningenkaart met het onderwijs en de kinderopvang een start gemaakt om tot een scholencarrousel te komen. In Herpen is in het kader van de voorzieningenkaart een traject gestart om tot besluitvorming over nieuw- of verbouw van de basisschool te komen. De Nicolaasschool en de Nieuwe Link hebben tijdelijke uitbreiding aangevraagd in verband met groei van de school.
We hebben de warme overdracht van middelen en taken voor het groot onderhoud van de schoolgebouwen aan het basis- en speciaal onderwijs afgerond. Door de overdracht hebben bijna alle schoolbesturen adviseurs in de arm genomen. We zien dat de taakoverdracht ook leidt tot nieuwe inzichten op het gebied van huisvesting. Dit is vooral aan de orde waar schoolbesturen te maken hebben met scholen in MFA’s (multifunctionele accommodaties). In combinatie met de krimp leidt dit tot een focus op beheersing van de kosten.

Voortgezet onderwijs
Ook bij het voortgezet onderwijs wordt in goed overleg gewerkt aan het terugbrengen van de overcapaciteit.
Het Mondriaancollege en het Hooghuis zijn in 2014 gefuseerd. Door deze fusie was het mogelijk om het gebruik van schoolgebouwen van het Hooghuis te herschikken. Hierdoor kunnen we de noodlokalen bij de Hooghuisscholen weghalen en de voormalige St. Jan Mavo aan de Koornstraat herbestemmen.
In 2015 heeft het Hooghuis ook besloten om de school in Ravenstein te sluiten. Voor dit schoolgebouw onderzoeken we de mogelijkheden voor herbestemming in samenhang met de uitkomst van de
voorzieningenkaart Ravenstein. De krimp is voor het Hooghuis ook aanleiding geweest een huisvestingsplan op te stellen. We verwachten dat het Hooghuis op termijn nog één gebouw aan ons zal overdragen.
Verder zal in 2017 de nieuwe praktijkschool de Singel haar deuren openen.

Speciaal onderwijs
Het speciaal onderwijs is een regionale voorziening. In combinatie met de wetswijzigingen voor het passend onderwijs is het lastig om leerlingenprognoses te maken die goed aansluiten bij de ontwikkelingen. Het duurt waarschijnlijk nog tot 2020 voordat de effecten van deze wetswijziging duidelijker worden.
Dat geldt ook voor de effecten van de Participatiewet die nieuwe uitdagingen met zich meebrengt voor de doelgroep van het speciaal onderwijs.
Daarnaast leidt het passend onderwijs tot nieuwe samenwerkingsverbanden en regionale verhuizingen.

Implementatie beleidsregels verhuur en overdracht beheer Horizonscholen
We willen het beheer op de Horizonscholen aan stichting SKBO en OOG overdragen. De uitzonderingen hierop zijn de Morgenster in Ravenstein, waar het beheer al in 2012 is overgedragen, en de Meteoor. Bij de Meteoor is  ervoor gekozen om het gebouw op te delen in een schooldeel, een wijkhuisdeel en een middendeel met kinderopvang en peuterwerk. De stichting SKBO en OOG werken aan plannen voor verkleining, compartimentering voor verhuur en verduurzaming. Daarmee willen ze de gebruikskosten van het gebouw verlagen. Deze plannen worden in het najaar van 2016 afgerond en beoordeeld. Op basis van de plannen leggen we een investeringsvoorstel aan de gemeenteraad voor.

3.2 Sport
De demografische ontwikkelingen zijn ook merkbaar bij de sport. Het aantal jeugdleden bij sportclubs daalt. Sporten die populair zijn bij ouderen groeien juist als gevolg van de vergrijzing. Ook sporten mensen meer buiten verenigingen om. Specifieke sportaccommodaties hiervoor zijn niet nodig of worden via particulier initiatief gerealiseerd. Wel willen we stimuleren dat ook deze groep sporters de bestaande (sport)voorzieningen meer gebruikt. Bijvoorbeeld door sportparken voor hen interessanter te maken en door verenigingen te helpen een breder (sport)aanbod te ontwikkelen. We zien bij de Talentencampus concrete mogelijkheden om daarmee een start te maken.

Verenigingen geven aan moeite te hebben om vrijwilligers voor een langere periode aan zich te binden. Tegelijkertijd worden sportverenigingen steeds vaker gevraagd een maatschappelijke bijdrage te leveren, bijvoorbeeld aan het onderwijs. Het tekort aan vrijwilligers in combinatie met meer maatschappelijke verwachtingen legt een druk op de verenigingen. Tenslotte is ook de sporter kritischer op de kwaliteit van sportaccommodaties en worden de (wettelijke) eisen aan sportvoorzieningen steeds hoger.
Deze maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot de toekomst van de sportaccommodaties wegen we af in de voorzieningenkaart. De voorzieningenkaartadviezen zijn richtinggevend voor de investeringsbesluiten. Het domeinoverleg met de sportverenigingen is bedoeld om elkaar te informeren en te netwerken. We hebben gezamenlijk de intentie een nieuwe koers uit te stippelen. De bezuinigingen bij de buitensport versterken ook de noodzaak en het belang hiervan. Daarom werken we samen met de verenigingen en de Regiegroep Voetbal Oss toekomstscenario’s voor de sportparken uit. Het Sportexpertisecentrum (SEC) ondersteunt de verenigingen hierbij. Verschillende verenigingen nemen ook zelf stappen om meer samen te werken, te clusteren of zelfs te fuseren. We verwachten dat we in 2017 in goed overleg met de verenigingen concrete maatregelen kunnen nemen om de overcapaciteit te verminderen. Voor het voetbal werken we hierin constructief samen met de Regiegroep. De formele besluiten over investeringen lopen ook hier volgens de kaders van de voorzieningenkaart.

De komende jaren zijn extra investeringen in binnensportaccommodaties noodzakelijk, met name de gymzalen. Hier kiezen we in zijn algemeenheid voor renovatie in plaats van nieuwbouw en bij voorkeur voor sportzalen in plaats van gymzalen. Sportzalen zijn namelijk niet alleen geschikt voor het onderwijs, maar ook beter te gebruiken door sportverenigingen. Daarnaast is de bezetting van de meeste gymzalen matig. Gelet op de bevolkingsontwikkeling verwachten we hierin geen verbetering. We hebben in 2016 een onderzoek naar de bezetting laten uitvoeren, onder andere op basis van de leerlingenprognoses. De resultaten hiervan bespreken we in 2017 met scholen, sportverenigingen en andere gebruikers. Op basis daarvan willen we in samenhang met de voorzieningenkaartadviezen tot investeringsbesluiten komen.

3.3 Wijk- en dorpshuizen
We hebben ruim twintig wijk- en dorpshuizen in de gemeente. Er zijn verschillen in eigendom, beheer en gebruik van deze voorzieningen. Voor wijk- en dorpshuizen spelen dezelfde ontwikkelingen als bij de sport: de demografische ontwikkeling van ontgroening en vergrijzing, de individualisering van de samenleving, het toenemen van de kwaliteitseisen aan de gebouwen en de terugloop van de inzet van vrijwilligers. De bezetting overdag is vaak mager, terwijl de doordeweekse avonden meestal goed bezet zijn. Een aandachtspunt is hoe we voorzieningen voor alle inwonersgroepen, jong en oud, met of zonder verenigingsverband, toegankelijk houden. Betaalbaarheid speelt daarbij doorlopend een rol. Het is ook steeds lastiger om bestuursleden te vinden voor de beheerstichtingen van deze gebouwen.

In Geffen en Oijen staan nieuwe MFA’s waarin onderwijs en ontmoetingsfuncties samen gebruik maken van voorzieningen. De MFA Oijen is in 2016 uitgeroepen tot de meest duurzame school van Nederland. In de Krinkelhoek opent in 2016 het wijkcentrum nieuwe stijl Meteoor. Er is een laagdrempelige inloop, een huiskamer en een buurtkeuken. Meteoor vervangt de oude Krinkelhoeksoos aan de Oijenseweg. In Haren en Maren-Kessel wordt intensief samengewerkt met lokale horeca. In de Ruwaard onderzoeken we samen met BrabantWonen en BrabantZorg hoe D’n Iemhof en Sterrebos kunnen worden geïntegreerd tot een huis voor de wijk. Ook in Noord West, Oss Zuid, Ravenstein en Herpen werken we aan plannen voor ontmoeten. Dit doen we integraal en gebiedsgericht in het proces uitvoering voorzieningenkaart.

Al deze ontwikkelingen vragen extra aandacht voor wijk- en dorpshuizen. We overleggen minimaal twee keer per jaar met de beheerstichtingen over deze kwesties. Er liggen kansen door meer samen te werken met plaatselijke horeca, activiteiten te clusteren of juist te verdelen over andere accommodaties, en door alle ruimtes multifunctioneel te gebruiken.
We hebben op dit moment vier wijk- en dorpshuizen met financiële tekorten in de exploitatie. In 2016 zijn we een onderzoek gestart om in beeld te brengen of en hoe we kunnen leren van de beter draaiende wijk- en dorpshuizen en landelijke voorbeelden. De uitkomsten van dit onderzoek gaan we ook gebruiken bij de herijking van het (uitvoerings)beleid op wijk- en dorpshuizen.

3.4 Cultuur
Bij cultuur onderscheiden we de (boven)stedelijke, professioneel beheerde voorzieningen, zoals theater De Lievekamp, Museum Jan Cunen, Muzelinck en De Groene Engel en de voorzieningen voor het culturele verenigingsleven. Het streefbeeld voor de totale professionele kunst- en cultuursector is behoud van het brede scala aan culturele functies in Oss. Kernwaarden zijn cultuureducatie en toegankelijkheid met focus op de culturele samenwerking en verbondenheid met de Osse samenleving.

In het culturele verenigingsleven spelen dezelfde ontwikkelingen zoals we hiervoor hebben beschreven bij wijk- en dorpshuizen en sport. Sommige organisaties, zoals harmonieën en fanfares, hebben moeite om jeugdleden
te vinden. Andere organisaties, zoals zang- en toneelverenigingen, kennen deze ontwikkeling niet. Deze
verenigingen hebben echter soms moeite om geschikte oefenruimte te vinden.
De bibliotheken hebben met grote veranderingen te maken door de ‘ontlezing’ als gevolg van de digitale
ontwikkelingen. Zij hebben daarom minder behoefte aan grote vaste voorzieningen. Bibliotheken
ontwikkelen zich in toenemende mate tot culturele informatiebemiddelaars. Ze steunen de leesontwikkeling
van jongeren in samenwerking met het onderwijs. Een breed toegeruste centrale voorziening, een aantal
flexibele kleinere verdeelpunten en een modern distributiesysteem passen bij deze ontwikkelingen.
De bibliotheek in Oss sluit goed aan bij deze ontwikkelingen.